Preekarchief

Aantal gevonden preken: 1633
Liturgie:
Schriftlezing: Titus 2:11-3:8

Tekst: Dordtse Leerregels, hoofdstuk 3/4 § 7-8

Thema: De zaligmakende genade van God is verschenen:
[1] Vrije genade
[2] Onverdiende genade
[3] Gepredikte genade

Liturgie:
- Psalm 107:1
- Psalm 2:7
- Belijdenis
- Psalm 27:3,5
- Psalm 98:1
- Psalm 89:8

Gespreksvragen:
[1] Wat betekent het dat Gods genade soeverein is?
[2] Hoe blijkt uit Gods Woord dat de HEERE niet aan alle mensen verschenen is met Zijn zaligmakende genade?
[3] Wat is Gods genade?
[4] Hoe moet er over Gods genade gepredikt worden?

Opzoekvraag:
[5] Lees 1 Timotheüs 1:15. Hoe noemt Paulus zich in deze tekst? Waarom is de Heere Jezus voor hem naar de aarde gekomen?

Toelichting:
Hoofdstuk 3-4, paragraaf 7
God wilde zondaren zalig maken. Dat was eerst verborgen, maar dat heeft Hij bekend gemaakt. Eerst deed de HEERE dat aan weinig mensen in de tijd van het Oude Testament. Tot aan de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag openbaarde de HEERE Zijn zaligmakende genade alleen aan Zijn volk Israël. Maar daarna openbaarde Hij Zijn genade aan meer mensen.

Dat de HEERE Zijn zaligmakende genade aan het ene volk wel en aan het andere volk niet openbaart, heeft niets te maken met de mensen. Van niemand kan gezegd worden dat hij beter is dan een ander. Van niemand kan gezegd worden dat de een het meer waard is om zalig te worden dan een ander.

Het is alleen Gods vrije genade en onverdiende liefde dat Hij Zijn zaligmakende genade heeft geopenbaard en geschonken aan diep gevallen zondaren. Daarom moeten degenen die zo’n grote genade ontvangen de HEERE daarvoor nederig en dankbaar zijn. Het is daarentegen Gods rechtvaardig oordeel als Hij anderen die genade niet geeft. Daarin moeten wij Hem aanbidden.

Hoofdstuk 3-4, paragraaf 8
De Heere roept mensen door het Evangelie tot de zaligheid. Hij roept ernstig. Het gaat over een ernstige zaak: eeuwig verloren of eeuwig behouden. Het woord ‘ernstiglijk’ wil ook zeggen dat de roeping tot de zaligheid echt welmenend is. De HEERE meent het. Het is waar wat Hij laat prediken. Ja echt, de HEERE heeft er een lust, een vermaak in dat geroepen zondaren tot Hem komen en in Hem geloven tot zaligheid. Hij belooft rust voor de ziel en het eeuwige leven.
Download
Liturgie:
Schriftlezing:
- Genesis 12:6-9
- Hebreeën 11:8-13

Tekst: Genesis 12:6-8

Thema: Abram door de HEERE in het beloofde land gebracht:
[1] Daar werd zijn geloof versterkt door de HEERE
[2] Daar bouwde hij een altaar voor de HEERE
[3] Daar reisde hij zijn weg met de HEERE

Liturgie:
- Psalm 84:4
- Wet
- Psalm 85:3
- Psalm 66:6,7
- Psalm 36:2
- Psalm 118:7

Gespreksvragen:
[1] Wat maakte de plaats bij Sichem (eikenbos van Moré) voor Abram een bijzondere plaats?
[2] Welk onderwijs gaf de HEERE aan Abram en wat werkte dat uit in zijn leven (zie ook Hebreeën 11:13)?
[3] Wat is de betekenis van het altaar voor Abram geweest en welke betekenis heeft het voor u en jou?
[4] In Genesis 12:8 staat dat Abram opnieuw een altaar bouwt en bij dat altaar de Naam van de HEERE aanroept. Wat is dat aanroepen van de Naam van de HEERE geweest?

Opzoekvraag:
[5] Lees Genesis 4:26 met kanttekening 52. Wat betekent het aanroepen van de Naam van de HEERE?
Download
Liturgie:
Schriftlezing: Genesis 3:9-24

Tekst: Dordtse Leerregels, hoofdstuk 3/4, § 4-6 

Thema: Gods genade geopenbaard in de gevallen wereld:
[1] Zijn algemene genade
[2] Zijn ontdekkende genade
[3] Zijn zaligmakende genade

Liturgie:
- Psalm 89:6
- Psalm 92:3
- Belijdenis
- Psalm 38:6,18 en 22
- Psalm 98:2
- Psalm 68:10

Gespreksvragen:
[1] Wat is Gods algemene genade en wat zegt §4 daarover?
[2] Waarom is geen mens te verontschuldigen?
[3] Welke functie heeft de wet?
[4] Waarom is de prediking de bediening der verzoening?

Opzoekvraag:
[5] Lees Titus 2:11 met de kanttekeningen. Wat is de zaligmakende genade van God? Aan wie is die genade verschenen?

Toelichting:
Hoofdstuk 3-4, paragraaf 4

De HEERE heeft nog een klein overblijfsel van Zijn beeld in de mens overgelaten. Dat wordt het ‘licht van de natuur’ genoemd. We mogen het ook Gods algemene genade noemen, want sinds de diepe val in het paradijs heeft de mens niets anders verdiend dan de dood.

Door deze algemene genade komt het dat de mensen op de aarde niet als verscheurende dieren of als duivels met elkaar omgaan, hoewel het er soms wel op lijkt.

Er is nog natuurlijke liefde onder de mensen, waardoor we nog met elkaar kunnen en mogen samenleven. We hebben allemaal een geweten, waardoor we weten wat we wel en wat we niet behoren te doen. Ook dat is Gods algemene genade. Er is na onze diepe val nog enige kennis van God overgebleven. Dat noemen we de ingeschapen Godskennis.

Echter kunnen we daarmee God niet zaligmakend leren kennen. We kunnen met de overblijfsels van Gods beeld ook niet meer tot bekering komen vanuit ons zelf. Dat komt omdat de enkele vonkjes van de kennis van God ook nog eens verduisterd zijn en bezoedeld zijn met onze zonden. We gebruiken het daarom niet goed meer, maar op een zondige wijze. Daarom staan we ook schuldig tegenover de HEERE.

Hoofdstuk 3-4, paragraaf 5

Omdat ons verstand is verduisterd en ons hart zo verdorven is, zijn we ook niet meer in staat om gehoorzaam te zijn aan de tien geboden van Gods wet. Dat is de wet die de HEERE op de berg Sinaï aan het volk Israël gegeven heeft.

De wet ontdekt aan de grootheid van de zonde en overtuigd de mens meer en meer van zijn schuld voor God. Maar de wet wijst geen reinigingsmiddel aan. De wet kan een mens niet uit zijn ellende verlossen. Net zo min als de mens dat zelf kan. De wet is voor de zondige mens krachteloos geworden. De wet kan geen mens meer het eeuwige leven geven en geen mens kan door het houden van de wet het eeuwige leven verdienen. Daarmee is de mens een overtreder van de wet en ligt hij onder de vloek van de wet. Nooit zal de wet een zondaar zalig kunnen maken.

Hoofdstuk 3-4, paragraaf 6

Maar o wonder van genade…, wat het licht van de natuur niet kan en wat de wet nooit kan, dan kan God wel door de kracht van de Heilige Geest en door Zijn Woord. De prediking van het Woord is de bediening van de verzoening. Want de inhoud van het Woord is het evangelie van de Messias.

Het heeft God behaagd door Woord en Geest gelovige mensen zalig te maken. Zowel in het Oude Testament als in het nieuwe Testament.
Download
Liturgie:
Schriftlezing: Genesis 12:1-9

Tekst: Genesis 12:4-5

Thema: Abram door de HEERE uitgeleid:
[1] Zijn vertrek uit Ur der Chaldeeën
[2] Een ophouder op de weg
[3] Zijn aankomst in Kanaän

Liturgie:
- Psalm 17:3
- Wet
- Psalm 119:17
- Psalm 62:4,5,8
- Psalm 107:4
- Psalm 89:7

Gespreksvragen:
[1] Volgens Hebreeën 11:8 is Abram door het geloof uit Ur der Chaldeeën geleid. Wat geloofde Abram dan, zodat hij op reis ging?
[2] Vader Terah nam de leiding. Vanuit Ur reisden ze naar Haran. Daar is Terah gestorven. Hij is wel uti Ur vetrokken maar niet in Kanaän aangekomen. Welke les ligt hierin? Hoe is dat met u en jou?
[3] Welke ophouders kunnen er zijn in het geestelijke leven van Gods kinderen?
[4] Hoe is bij de aankomst in Kanaän al gebleken dat de HEERE Zijn belofte vervulde: Ik zal u zegenen?

Opzoekvraag:
[5] Zoek Handelingen 7:2-4 eens op. Wat zegt Stefanus in deze verzen over Abram?
Download
Liturgie:
Schriftlezing: Richteren 13:24 t/m 14:10

Tekst: Richteren 14:1-4

Thema:
[1] Vers 1, de vleselijke weg van Simson
[2] Vers 2-3, een onbegrepen weg voor zijn ouders
[3] Vers 4, de besloten weg van de HEERE

Liturgie:
- Psalm 33:6
- Psalm 119:5
- Belijdenis: Athanasius, art. 1-7
- Psalm 71:1,8
- Psalm 68:5
- Psalm 118:8
Download
Liturgie:
Schriftlezing:
- 1 Johannes 3: 1-9
- 1 Johannes 4: 7-16

Tekst: 1 Johannes 3: 2, 3

Thema: Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods…:
[1] Hoe je dat wordt
[2] Hoe je dat blijft
[3] Hoe je dat bent

Liturgie:
- Psalm 57: 1, 2
- Geloofsbelijdenis
- Psalm 57: 7
- Psalm 19: 5, 7
- Psalm 19: 6
- Psalm 59: 10
Download
Liturgie:
Schriftlezing: Psalm 139

Tekst: Psalm 139: 13-16

Thema: Gods borduurwerk:
[1] Hoe kunstig!
[2] Hoe kostbaar!
[3] Hoe troostvol!

Liturgie:
- Psalm 22: 5
- Wet des Heeren
- Psalm 22: 12
- Psalm 139: 7, 8, 9
- Psalm 139: 10
- Psalm 71: 4, 12
Download
Liturgie:
Schriftlezing: Klaagliederen 3:1-24

Tekst: Klaagliederen 3:21-24

Thema: Jeremia’s danklied op de puinhopen van de stad en tempel:
[1] Een ootmoedig danklied
[2] Een Godverheerlijkend danklied
[3] Een hoopgevend danklied

Liturgie:
- Psalm 21:7
- Belijdenis: NGB artikel 13
- Psalm 34:2,5,11
- Psalm 147:6
- Psalm 16:3
Download
Liturgie:
Schriftlezing: Genesis 33:1-11

Tekst: Genesis 33:9-11

Thema: De dankdag belijdenis van Jakob en Ezau:
[1] Ezau zegt: Ik heb veel, maar mist alles
[2] Jakob zegt: Ik heb alles, en mist niets

Liturgie:
- Psalm 119:29
- Belijdenis: NGB artikel 1
- Psalm 146:2,3,4
- Psalm 144:7
- Psalm 48:6
Download
Liturgie:
Schriftlezing:
- Genesis 1: 26-31
- Genesis 3: 1-7
- Genesis 5: 1-4

Tekst: Dordtse Leerregels, hoofdstuk 3-4, §1-3

Thema: Zie de mens!:
[1] De goede schepping van de mens
[2] De diepe val van de mens
[3] Het verdorven nageslacht van de mens

Liturgie:
- Psalm 115: 8
- Psalm 106: 4
- Belijdenis
- Psalm 51: 2,3
- Psalm 119: 88
- Psalm 42: 4,5

Gespreksvragen:
[1] Wat betekent het dat de mens geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis?
[2] Waarom kunnen wij  de duivel de schuld van onze diepe val in het paradijs niet geven?
[3] Wat doelde Job met de woorden: Wie zal een reine geven uit een onreine? Niet één!?
[4] Welke twee lichtstralen lichten op in de donkere belijdenis van paragraaf 2 en 3?

Opzoekvraag:
[5] Lees Genesis 1:26 met kanttekening 44. Wat betekent ‘geschapen naar Gods beeld’?

Toelichting:
Hoofdstuk 3-4, paragraaf 1

De mens is naar Gods beeld geschapen. God blies hem een ziel in, een onsterfelijke geest. Daardoor bezat hij ware kennis van God, gerechtigheid en heiligheid.

Kennis: met zijn verstand kende hij God. In Zijn scheppingswerken zag hij Gods macht, goedheid en wijsheid. Die kennis was een zalig kennis. Want het was ook een kennis met het hart, omdat er liefde tot God was.

Gerechtigheid: er was een goede en rechte verhouding met God. De mens wilde alleen het goede, wat God behaagde.

Heiligheid: al zijn lusten en genegenheden waren zuiver en rein. Hij leefde zonder zonden.

Maar toen de mens naar de duivel luisterde, week hij van God af en verloor door eigen schuld al die heerlijke gaven van Gods beeld. Toen werd de mens blind en verduisterd in het verstand. Hij had geen goede kennis van God meer. Ook zijn wil werd boos en verkeerd, tegen de wil van God in. Zijn genegenheden en lusten werden onzuiver en onrein. Hij was een zondigschepsel geworden. Zo beroofde de mens zichzelf van die heerlijke gaven.

Hoofdstuk 3-4, paragraaf 2

Al de nakomelingen van Adam komen nu ook als verdorven schepselen op de wereld. Wij worden allemaal in zonden ontvangen en geboren. Dat is de erfzonde, de erfenis van onze vader Adam. Alleen Christus, Die geen aardse vader had, is zonder zonde geboren.

Als kinderen zondigen, si het niet zo dat zijn dat doen, alleen omdat zijn anderen het zien doen. Dat leerden de Pelagianen. Nee, zij zondigen omdat zij een zondige, verdorven natuur hebben.

Hoofdstuk 3-4, paragraaf 3

Alle mensen liggen onder de toorn van God. Wij kunnen en willen geen goed meer doen, maar alleen kwaad. Anders gezegd: wij zijn dood in de zonden en doen de zonden als gewillige slaven. Wij zijn geneigd tot alle kwaad. Wij willen en kunnen niet meer tot God terugkeren. Wij willen en kunnen ons ook niet meer verbeteren. Dat kan alleen als we worden wedergeboren door de Heilige Geest.
Download